Website van de familie Toxopeus

  • Begin
  • Activiteiten
  • Nieuwsbrief 2011-3
  • Familiedag 2011
  • Deelnemers
  • Contact
  • Andere www's

Nieuwsbrief 2011-3

Hieronder staan gedeelten uit onze Nieuwsbrief van september 2011.
Deelnemers van onze familiestichting ontvangen de volledige Nieuwsbrief per post.
Redacteur van de Nieuwsbrief is Gouke Toxopeus.

Mededelingen van het bestuur

Vanuit het bestuur van de stichting valt er deze keer in deze Nieuwsbrief weinig mede te delen. Sinds de vorige vergadering die plaatsvond in mei j.l. is het bestuur niet meer bijeen geweest. Dat het vakantie - dus komkommertijd -  was, kwam echter deze keer wel goed uit omdat onze secretaris in verband met gezegende omstandigheden uiteraard eventjes op andere dingen gericht was (Zie paragraaf 2, familieberichten). De eerstvolgende vergadering zal binnenkort op 3 september a.s. plaatsvinden.
De organisatie van de familiedag in Leek is rond, dus ook daarover hoeft niets meer naar buiten gebracht te worden. Overigens wordt iedereen die zich, om wat voor reden dan ook, nog niet aangemeld heeft, hier aangeraden dat alsnog te doen. Ongetwijfeld zal het weer een memorabele dag worden.Telefonisch deelde onze penningmeester mede dat tot  op heden de aanmeldingen, zo niet binnenstromen, dan toch inmidels  tot een  bevredigend aantal optellen. Per uiterlijk 10 september moet het definitieve aantal deelnemers aan de ontvangende instanties in Leek meegedeeld worden.  Op de bestuursvergadering  van 3 september zal het bestuur zich nog eventjes bezig kunnen houden met de taakverdeling binnen het bestuur tijdens de familiedag.
Ondanks dat de voorbije maanden de bestuurlijke activiteiten dus een luwe periode hebben gekend, heeft wel een activiteit plaatsgevonden die reeds geruime tijd op de agenda stond. Het bestuur heeft op aanraden van dr. Klötzer, stadsarchivaris van Steinfurt, contact gezocht met  het Gymnasium Arnoldinum aldaar. In de bibliotheek van deze instelling zouden zich wellicht de inschrijvingsregisters (matrikels) van de studenten aan de Theologische Hogeschool van Steinfurt omstreeks het jaar 1600, aangetroffen kunnen worden. Gehoopt wordt dat ook de namen van voorvader Lubbertus en (oudoom) Hendricus zich daaronder bevinden (en wie weet: misschien ook hun exacte geboortedatum en plaats van geboorte).
Met name ons bestuurslid Jelte, oud-leraar Duits, heeft zich moeite getroost om een perfect duitstalige brief aan de betreffende instanties in Steinfurt op te stellen. Deze naar het Gymnasium Arnoldinum toegezonden brief ging vergezeld van een exemplaar van nieuwsbrief nr. 3, jrg.. 14, waarin op de blzn.13-19 ingegaan werd op de relatie van het geslacht Toxopeus met Steinfurt (en dus hopelijk met de voormalige Theologische Hogeschool aldaar).
In spanning wacht het bestuur op een reactie.

Familie- en algemene berichten

Overleden
Op 1 juni 2011 overleed te Grijpskerk Adam Tebbens Torringa ( XII fl ) geboren te Zuurdijk (Stoepemaheerd van de Torringapolder boven het Reitdiep) op 14 januari 1927. Hij was de oudste  zoon van  Afina Wilhelmina Toxopeus (XI dm) en  Jannes Luitje Torringa,. en een neef van onze vorige voorzitter Rieks Toxopeus. Als bijzonderheid zij vermeld dat de naam Tebbens voor de oudste zoon gekocht was  door grootmoeder Tebbens. Deze, Adam, heeft de dubbele naam wel doorgegeven aan zijn kinderen.
Op 13 juini 2011 overleed te Hoogezand Jantje  (Jannie) Toxopeus- Draaisma,  (XII ap), geboren op 26 maart 1929 te Groningen.  Zij was getrouwd met Evert Toxopeus met wie ze drie kinderen (twee jongens en een meisje) kreeg.
Op 14 juni 2011 overleed Ailko Martinus ten Have (XII cl), geboren op 16 februari1923 te Korengarst (buurtschap ten noorden van Noordbroek in de gemeente Menterwolde). Hij was de echtgenoot van Fenna Jantje Toxopeus en vader van drie kinderen (twee jongens en een meisje).
Geboorten
Via Bert Blaauw werd een enigszins verlaat, maar blij bericht werd ontvangen van Bas (Evert Bastiaan) Toxopeus  (XIII av, nr.2 ) en partner Erlyn Vliex, dierenartsen te Lievelde in de  Achterhoek.
Ze deelden mede dat ze op 18 januari  j.l. de ouders zijn geworden van een dochter: Anna Mare Toxopeus.
In juli ontvingen wij de heuglijke mededeling dat onze secretaris Renate Toxopeus en haar partner Onne Visser op 12 juli  de ‘apetrotse en zielsgelukkige ‘ ouders zijn geworden van een zoon: Floris Nicolaas Toxopeus.

De eerste Toxopeus eeuwlinge: Johanna Harmanna Toxopeus, XI b

Ons bestuurslid Jelte Toxopeus van Appingedam berichtte op 12 maart het volgende: 
“Op 2 maart j.l. hebben we verkiezingen gehad voor de Provinciale Staten. Bij dergelijke verkiezingen zit ik altijd op een stembureau (het bejaardencentrum Damsterheerd) hier in Appingedam.
Tijdens de zitting werd er een dame in rolstoel binnengebracht, die wilde stemmen. Toen ik haar oproep-kaart bekeek ontdekte ik tot mijn grote verbazing de naam : Johanna Harmanna Toxopeus. In ons boek vermeld onder XI ab op bl. 352.
Ze is geboren op 2 oktober 2010. Dus 100 jaar en wel naar de stembus. Geweldig !!!………..
Ondanks haar hoge leeftijd was ze goed bij de tijd. Zoveel naamgenoten redden het niet om honderd te worden en om dan nog te gaan stemmen ook, is helemaal uniek.
Ik zal proberen met haar een afspraakje te maken voor een bezoekje en een vraaggesprek waarbij ik dan ook een fotootje kan maken voor de nieuwsbrief”.
Red. : De afspraak voor het gesprekje werd gemaakt maar dat ging niet maar zo.  De oude dame had ook haar agenda en wees het eerste voorstel voor een afspraak af  “want dan ben ik bezet. Dan hebben we de  bingo”.
Nadat een andere dag was geprikt, mocht Jelte haar bezoeken en ontspon zich het volgende gesprek, zoals opgetekend door Jelte.
‘ Ik teken er voor als……………….                                   
Onlangs heb ik een bezoek gebracht aan mevrouw Johanna Harmanna Toxopeus, die op 2 oktober j.l. haar honderdste verjaardag heeft gevierd en daarmee  de oudste Toxopeus is, die tot dusver in het familieboek staat beschreven.Ze kan zich de situatie zoals die vroeger was goed herinneren. Allerlei familieleden kent ze prima bij naam, waar ze wonen en/of gewoond hebben, hoeveel kinderen ze hebben en welk beroep men heeft uitgeoefend.
Het lopen gebeurt met de rollator. Ze doet nog graag mee als er in het bejaardencentrum iets wordt georganiseerd voor de bewoners.
Mevrouw Johanna Harmanna is  geboren op 2 oktober 1910 in Appingedam. Zij was het derde kind van  Klaas Hendrik Toxopeus en Martha Hillechina Broos. Dit echtpaar had toen reeds een dochter, Anna Johanna en een zoon, Klaas Hendrik.
Vrij snel na haar geboorte heeft moeder Martha Broos het gezin verlaten en kwamen er huishoudsters bij vader Klaas
Hendrik over de vloer.
Johanna H. kan zich haar biologische moeder dan ook niet herinneren. In 1917 trouwde haar vader voor de tweede keer, met Frederika Wilhelmina Christina Heidergott (red.:zie foto bij 2.2.3). Johanna Harmanna was toen dus 7 jaar oud.
Deze “nieuwe” moeder bracht ook drie kinderen mee en zo bestond het gezin dus uit acht personen. Uit dit tweede huwelijk van vader Klaas Hendrik, die eerst zeevarende was en later beurtschipper te Appingedam, werden geen kinderen geboren.
De oude dame, mijn gespreksgenote, vertelde:
“Ik ging in Appingedam naar de lagere school en toen ik daar 7 klassen had doorlopen was er geen geld voor een vervolgopleiding en moest ik een baantje zoeken als hulp in de huishouding. Aanvankelijk kreeg ik werk in de Marechausseekazerne van Appingedam. Eigenlijk mocht ik hier volgens de wet nog niet werken, maar men zag dat door de vingers. Later kwam ik o.a. terecht bij de Damster familie Baarschers waar ik “het werken” leerde. Dat lukte wel, want er waren vijf kinderen in dit gezin en dat gaf mij voldoende armslag. De werktijden waren zes dagen per  week van ’s morgens 7.30 uur tot ’s avonds 19.00 uur en de verdiensten waren niet zo heel hoog in die tijd”.
Op mijn vraag wat ze toen wel niet verdiende antwoordde ze: “een gulden in de week en de kost”.
De band tussen haar en deze familie Baarschers was uitstekend en later – toen Johanna al ruim tachtig jaar was – is ze met een vriendin drie weken op bezoek geweest bij de nazaten van deze familie in Sacramento in Californië.
Reislustig is ze altijd geweest en zo is ze in haar lange leven bijvoorbeeld in Zwitserland, Oostenrijk, België en Luxemburg geweest. Een auto en een rijbewijs heeft ze echter nooit bezeten, maar er waren altijd familieleden en/of vrienden die haar mee namen. In haar prille jeugd ging ze naar kampen, die overal in Nederland werden georganiseerd voor zogenaamde meisjesverenigingen.
Van de Eerste Wereldoorlog herinnert ze  zich niet zo veel meer. Wat haar duidelijk is bijgebleven is de ‘kunstboter” (margarine) die toen op de markt kwam. Als voedsel dienden vooral bonen en allerlei soorten kool en ’s avond kreeg men een prakje – dat ’s middags was overgebleven – op de boterham. Ook weet ze nog, dat er in die tijd veel Franse liedjes werden gezongen. Waarschijnlijk ten gehore gebracht door Belgisch/Waalse vluchtelingen, die veel in het toen neutrale Nederland werden opgevangen.
Na deze oorlog heeft Johanna nog vele jaren gewerkt als hulp in de huishouding tot het moment dat haar vader weduwnaar werd en wilde dat zij bij hem thuis kwam om de huishouding te doen. Aanvankelijk had ze daar weinig zin in, maar uiteindelijk stemde ze daar in toe. Samen bezochten ze dan de diensten in de Solwerderkerk hier in Appingedam.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd er in Appingedam hevig gevochten tussen de zich terugtrekkende Duitse troepen en de oprukkende Canadezen. Delfzijl was in mei 1945 – op Schiermonnikoog na – (red.:krek als in 1814, maar toen tegen de Fransen), het laatste bolwerk dat door de geallieerden werd bevrijd. Johanna vertelde, dat er tijdens de gevechten vele ruitjes in hun huis in de  D. Nanningstraat waren gesneuveld, maar die werden later gerepareerd met het glas dat voor enkele foto’s zat. 
Ze vervolgde met :
”Toen de strijd nog heviger werd.ben ik samen met mijn vader gevlucht. Ik kon met een paard en wagen meerijden naar Ten Post en vond daar onderdak bij familieleden. Vader ging te voet naar Groningen, waar hij onderdak vond bij een halfzuster. Toen de strijd in de noordelijke Nederlanden gestreden was keerden we beiden terug naar het zwaar gehavende Appingedam. Ondanks die Duitse ellende denk ik toch nog wel eens aan het zingen van die Duitsers als  ze ’s avonds door de straat marcheerden.
Tijdens de oorlog hadden en kregen we niet veel, maar honger heb ik nooit gehad.. Wel werd ik ziek: vocht achter de longen. Nu halen ze dat vocht weg, maar toen moest het opdrogen. Het betekende dat ik negen maanden aan het bed gekluisterd was en toen ik dacht weer beter te zijn begon hetzelfde aan de andere kant en moest ik weer negen maanden liggen.
Vader kon iedere dag melk – zo van de koe – bij een boer halen en aangezien ik alleen maar in bed lag werd ik vierkant. Toen ik weer beter was moest ik weer hard aan het werk. Mijn vader had maar een klein pensioen en zodoende was ik genoodzaakt om weer bij anderen in de huishouding te werken. Ik heb in een mooie en interessante tijd geleefd. De hele ontwikkeling van het verkeer, de luchtvaart, de ruimtevaart, de radio en de tv. Alles heb ik meegemaakt.
Toen ik nog bij mijn vader thuis was wilde hij absoluut geen televisie in huis hebben, maar nadat hij was overleden heb ik er wel eentje aangeschaft. Wel hadden we in die tijd radiodistributie. Een computer heb ik ook nooit gehad. Nu kan ik het niet meer zien, want mijn ogen zijn slecht. Ik ben geen achttien jaar meer en aan mijn oogkwaal kan niets meer worden gedaan. Iedere week krijg ik luisterboeken toegestuurd van een bibliotheek in Den Haag. Hiervoor heb ik een aparte cd-speler en gewapend met een koptelefoon beluister ik iedere week zeven of acht van deze boeken, die door iemand worden voorgelezen”. 
De  belangstelling om nog eens te reizen is er echter niet meer.
“Ik heb veel van de wereld gezien en ben daar heel tevreden mee. Nu hoeft het niet meer. Wel heb ik veertien dagen geleden de familie Veldman in Delfzijl nog bezocht”, aldus mevrouw Johanna Harmanna Toxopeus.
Vroeger was ze heel goed bevriend met deze familie Veldman.
“Ik paste vroeger vaak op hun kinderen en die goede banden van vroeger zijn bewaard gebleven en nu zijn de rollen omgekeerd en doet de familie Veldman veel voor mij. Mijn vriendin, mevrouw Veldman, heeft later ook een aantal jaren in dit verzorgingscentrum gewoond, maar is helaas overleden.”
Tot haar 92ste  heeft Joanna Harmanna geheel zelfstandig gewoond en haar eigen huishouding gedaan. Momenteel woont ze al negen jaar in het bejaardencentrum  “Damsterheerd”, want, zegt ze: “als er wat met je gebeurt zit je daar waar ze je kunnen helpen en de verzorging is hier prima”.
Regelmatig heeft ze nog contact met twee nichten in Groningen, één in Heerenveen en een neef  in Hoogezand. Ook is ze nog wel lang mobiel gebleven, maar ongeveer drie maanden geleden heeft ze voor het eerst haar eigen rolstoel gekregen en daardoor wordt het iets makkelijker om zich te verplaatsen. Daarnaast gebruikt ze, zoals gezegd, een rollator.
Tijdens ons gesprekje heb ik deze bejaarde dame niet één keer op een hersendwalinkje kunnen betrappen. Geweldig als je op zo’n manier oud wordt.
Ik teken er meteen voor als ik ook nog zo gezond en scherp ben als ik de honderd heb gehaald.

Pijnlijke teleurstelling

Tijdens een speurtocht In een Franse boekhandel, naar aangenomen mag worden te Parijs, stootte Johan Buiskool Toxopeus (XIII fc) op een boek met de titel ‘Tox’ .
In eerste instantie zou men denken dat het hier de verrassende en heuglijke ontdekking betrof van een (auto)biografie van een Franse Toxopeus. Helaas, dit bleek een teleurstellend misverstand.
Het blijkt (bleek)  bij nadere beschouwing een relaas te zijn van de Franse acteur Marc Rioufol die zijn strijd beschrijft om drugsverslaving de baas te worden en om drogenvrij door zijn verdere leven te gaan.  ‘Tox’  is hier dan ook een afkorting van toxine  of toxicité (giftigheid) .De ondertiteling luidt : “ ‘Comment je suis mort et ressuscité’ (wat misscien het beste vertaald kan worden met : “Hoe ik uit de dood weer tot leven gewekt werd).
Eén en ander deed mij denken aan een betoog van mr. Jan Toxopeus van Delfzijl in nieuwsbrief nr. 4, jaargang 11  (decemberi 2006). In dit betoog werd een verband gesuggereerd  tussen het slavische woord ‘tis’ voor de giftige taxus (Grieks :taxos) en het feit dat pijlen en bogen vaak uit taxushout gemaakt werden. Waarmee dan weer de relatie gelegd werd met de griekse stam van onze naam ‘toxon’ (boog).  Ergo: toxine is een gif en toxon is een boog gemaakt met giftig taxushout. 
Wellicht is het het beste deze giftige (bij)betekenis van onze naam maar onder ons te houden, althans er geen ruchtbaarheid aan te geven !!

Toxopeoi in de wetenschap (promotie)

 Hoewel geen nazaat uit de beroemde tak van de waterkant, maar  afstammeling van de landbouwers - en juristentak van Jan Geerts ‘Geukes’Toxopeus ( (IX v), blijkt achterkleinzoon Serge Leon Toxopeus (XIII ev) toch ook de maritieme richting gekozen te hebben. Na afronding van zijn studie te  Delft startte hij in 1996 zijn wetenschappelijke werkzaamheden bij het Maritiem Onderzoeks Centrum te Wageningen.(Marin). Daar deed hij onder meer promotie-onderzoek dat (in de verte) raakvlakken had met het onderzoek dat Mees Toxopeus ooit verrichtte naar een zelfrichtende reddingboot .
Zijn onderzoek behelsde mogelijkheden tot verbetering van de lastige manoeuvreerbaarheid van de reusachtig grote containerschepen en olietankers, vooral in drukke havens.
Het hierna volgende is een samenvatting  van een artikel in Delta, het blad van de Technische  Universiteit Delft. (m.d.a. Elke H.Olsder-Toxopeus, XII fp).
Nabootsing van een schip met een schaalmodel dat speciale manoeuvres uitvoert, zoals achtereenvolgens voluit bakboord  en stuurboord binnen een minuut, of het maken van een volledige bocht van 360 graden,  kan vaak op een pijnlijke  mislukking uitdraaien. Uit de experimenten van  promotie-onderzoeker Serge Toxopeus bljikt dat de afwijkingen tijdens een zigzag koers wel bijna 30% bedragen, terwijl het overschatten van de diameter van de kortste draaicirkel soms wel 46% bedroeg.
Serge Toxopeus heeft getracht te bewijzen dat de simulatie verbeterd kan worden als er ook anderszins gegevens ingevoerd zouden worden dan louter door de fysieke proefondervindelijke waarnemingen in een basin met een modelboot. De krachten die uitgeoefend worden op een scheepswand bij een bepaalde koers kunnen ook berekend worden door, wat genoemd wordt “computational fluid dynamics (CFD)” oftewel gecomputeriseerde gegevensinvoer van vloeistoffen dynamica.
Toxopeus heeft zowel de empirisch fysieke simulatie als de gecomputeriseede cijfermatige (CFD) benadering op een groot containerschip gehanteerd om zijn bevindingen te evalueren. Dit  vergelijkend onderzoeksontwerp werd Hamburg Test Case (of HTC) genoemd
Het hanteren van  CFD  bleek  een beter testresultaat te geven dan wanneer men zich louter baseerde op proefondervindelijke parameters.
Desgevraagd deelde Toxopeus’ promotor prof. Ir. R Huijsmans van de Afdeling mechanische, maritieme en instrumentmakerij, mede dat testen van een schaalmodel in een basin absoluut nog niet wepel geacht mag worden.en nog lang niet mag worden vervangen door louter CFD berekeningen. De beide onderzoeksmethoden dienen elkaar aan te vullen.
Serge Toxopeus verdedigde zijn op dit onderzoek gebaseerde proefschrift  “Practical application of viscous-flow calculations
 for the simulation of manoeuvring ships” op 9 mei 2011, waarna hem de doctorsbul werd uitgereikt. 

Onze stamgenoten in Zuid-Afika (2)

Onder dit kopje verscheen in nieuwsbrief nr. 2 van jaagang 7 , bl.14 -16 een roerend verhaal  van Jacob Toxopeus (XII av) over zijn vader Pieter Toxopeus die in 1916 op doktersadvies  naar Zuid- Afrika (een droger  klimaat) emigreerde. Hij beschrijft in zijn terugblik in 1963 de eenzame jaren en de rampspoed waaraan zijn vader het hoofd moest bieden tijdens de eerste jaren in dit voor hem zo vreemde land.
Maar ook  beschreef hij hoe daarna, nadat zijn vader zich er een beetje bovenop gewerkt had als tuinder en kweker, zijn gezin, waaronder hijzelf, Jacob 12 jaar oud, in 1920 liet overkomen en een relatief gelukkige periode aanbrak hoewel zijn moeder Trijntje Toxopeus-Wouda permanent gebukt ging onder heimwee naar het Friesland waar zij geboren en getogen was. In 1939 overlijdt zijn moeder en in 1944 zijn vader.
Jacob Toxopeus besluit zijn verhaal als volgt:
“ Met ons kinders het dit goed gegaan , en twee van ons  is ook reeds oupa en ouma. De tijd sta nie stil nie. God het dit so beskik met die slegte gesondheid van vader, dat ons hier gevestig is, en volgens ons mening .waardige burgers van de Republiek Suid-Afrika geword het.
Ons bring hulde aan ons ouders, wat soveel vir ons oor gehad het”.
Tot op hoge leeftijd bleef Jacob actief als bloemenkweker en hij reisde in die hoedanigheid de hele wereld af en geregeld kwam hij nog in Nederland waar hij ook zijn familie bezocht.
In 2006, op de leeftijd van bijna 98 jaar, overleed Jabob zelf.

Create a free website with Weebly